PowerShell Friday: HA beheren met PowerCLI

Gepubliceerd op 15 januari 2016 • 2 min leestijd • 404 woorden
vSphere High Availability (HA) is één van die functies die meestal “gewoon werkt” – totdat je cluster vol begint te lopen of een host uitvalt. Dan is het…
PowerShell Friday: HA beheren met PowerCLI

vSphere High Availability (HA) is één van die functies die meestal “gewoon werkt” – totdat je cluster vol begint te lopen of een host uitvalt. Dan is het opeens belangrijk om snel te kunnen zien hoe HA is geconfigureerd en of de instellingen nog kloppen bij de huidige belasting van je cluster. In deze korte PowerShell Friday laten we zien hoe je met een paar PowerCLI-one-liners snel inzicht krijgt in je HA-configuratie.

Voorwaarden  

Voor je begint heb je het volgende nodig:

  • PowerCLI geïnstalleerd op je werkstation of jump server
  • Een verbinding met je vCenter Server (Connect-VIServer)
  • vSphere-clusters waarop HA is ingeschakeld

Zodra je verbonden bent met vCenter kun je onderstaande commando’s direct uitvoeren.

Controleer de status van HA-toelatingscontrole

HA Admission Control bepaalt of er nog voldoende capaciteit in het cluster is om virtual machines opnieuw te starten bij een host-failure. In omgevingen die langzaam zijn gegroeid, zie je vaak dat deze instelling ooit bewust is gekozen, maar later niet meer wordt gecontroleerd.

Met onderstaande one-liner krijg je snel per cluster te zien of HA-toelatingscontrole aan of uit staat:

Get-VMHost | Get-Cluster | Select Name, HAAdmissionControlEnabled
  • Get-Cluster haalt alle clusters op in je vCenter.
  • Select Name, HAAdmissionControlEnabled toont alleen de clusternamen en of toelatingscontrole is ingeschakeld (True/False).

Dit geeft je in één oogopslag een overzicht van alle clusters waar Admission Control misschien onbedoeld uit staat, of juist aan staat terwijl je dat niet wilt.

Controleer HA-statusniveaus en gedrag  

Naast toelatingscontrole zijn er nog een paar belangrijke HA-instellingen die bepalen wat er gebeurt bij een failover:

  • HAFailoverLevel: het ingestelde failoverniveau (bijvoorbeeld aantal host-failures).
  • HARestartPriority: de prioriteit waarmee VM’s worden herstart na een host-failure.
  • HAIsolationResponse: wat er gebeurt met een host als deze geïsoleerd raakt (bijvoorbeeld “Power off” of “Do nothing”).

Met onderstaande one-liner vraag je deze waarden per cluster op:

Get-VMHost | Get-Cluster | Select Name, HAFailoverLevel, HARestartPriority, HAIsolationResponse```


Dit commando helpt je bij:

- Het controleren of de ingestelde failover-levels nog passen bij de huidige grootte van je cluster.
- Het vergelijken van HA-instellingen tussen verschillende omgevingen (acceptatie vs. productie).
- Het documenteren van je HA-configuratie zonder handmatig door alle vSphere Client-schermen te klikken.

Met deze eenvoudige PowerCLI-commando's heb je snel inzicht in de belangrijkste HA-instellingen van je vSphere-clusters, zonder door de GUI te hoeven klikken. Ideaal voor periodieke health checks, documentatie en troubleshooting.

Zie ook

    Follow me